Gele oorbellen, gele trui. Deze vrouw straalde plezier, vernieuwing en zelfverzekerdheid uit. Deze vrouw kon je niet missen en bleef op je netvlies plakken. Debby was in het rood. Actief, leiderschap en power. Ze had de avond daarvoor voor haar kast staan dralen. Veel donkerblauw. Echt heel veel donkerblauw. En een paar rode laarzen. Dat dan weer wel. Niet echt kleuren waarmee ze een statement zou maken, waarmee ze een blijvende stempel in iemands geheugen zou drukken. Debby bedacht dat ze toch maar even de Wehkamp moest leegplunderen. Het was per slot van rekening toch uitverkoop!

Die ochtend videobelden zij elkaar via WhatsApp.
‘Hoi! Wat leuk om elkaar zo te kunnen zien en spreken. Mooi hè, dat het zo werkt via videobellen. Dat scheelt ons beiden een halve dag reistijd. En het is toch heel persoonlijk op deze manier.’
‘Nou inderdaad. Wat ben je – trouwens – mooi gekleed in het geel.’
“Dankjewel. En jij mooi in het rood.’
Grote glimlach bij Debby. ‘Dankjewel. Ik heb gisteravond lang voor mijn kast gestaan om te bedenken wat ik het beste aan kon trekken. Ik heb veel donkerblauw in mijn kast hangen. Ik denk dat ik daar min of meer bewust voor heb gekozen. Zijn toch een beetje ambtelijke kleuren. Ik las in je boek dat blauw staat voor betrouwbaar, zakelijk en communicatie. Voor ons gesprek wilde ik graag iets kleurrijks aan. Toch even laten zien dat ik je boek heb gelezen en met de tips aan de slag ben.’
‘Nou je kan kleuren goed hebben hoor. Heb je al eens een kleurenanalyse gedaan?’
‘Ja. Ik ben een zomertype. De kleuren die in mijn kast hangen, zitten niet in dat kleurenpalet. Het wordt tijd voor een financiële en kleuren injectie in mijn kledingkast.’
‘Het is belangrijk om kleuren te dragen. Dat werkt psychologisch gezien erg prettig. In mijn boek geef ik ook een voorbeeld van een gesprek met een klant dat gepland was op een dag dat ik mij absoluut niet prettig voelde. Grieperig, snotterig. Je kent het wel.’ Debby snoof nog eens het snot omhoog in haar neus ten teken dat ze dat wel begreep. Zij voelde zich die dag ook niet 100 procent. Het was per slot van rekening griepseizoen. Judith vervolgde haar verhaal. ‘Die dag heb ik kleurrijke kleding aangetrokken. Lekker oranje, lekker vrolijk. En ik voelde me gelijk een stuk beter. En weet je? Die middag ben ik ook nog leuke dingen gaan doen met mijn kinderen. Kleuren beïnvloeden direct jou en je omgeving. Mensen reageren ook direct anders op je, met meer energie. En door die energie ga jij je ook weer beter voelen.’

‘Kijk dat vind ik dus zo leuk aan jouw boek. Het is heel praktisch en toegankelijk geschreven. Ook zo mooi gevonden met die letters van FUN. Netwerken doe je altijd. Het is leuker met FUN. De F van FUNdament. Het begint bij jezelf. Je mindset en je doelen. De U van Uitstraling naar anderen versterken. Dus bijvoorbeeld met kleuren. En de N van Nieuwe connecties maken voor jezelf en anderen. Ik moet wel zeggen dat ik netwerken een beetje eng vind. Ik krijg er een beetje een nare smaak van in mijn mond.’
‘Je bent echt niet de enige hoor. Mensen hebben toch nog een beetje dat beeld in hun hoofd van grote evenementen waarbij je zoveel mogelijk visitekaartjes moet uitwisselen zonder echt wezenlijk contact met elkaar te maken. Ik noem het dan ook liever connecten, contact leggen. Ik gebruik ook nog wel het woord netwerken, omdat mensen dat nog veel gebruiken. Voor veel mensen is connecten een veel fijner woord. En dat is ook zo!’
‘Ja dat klinkt ook veel beter. Als ik denk aan netwerken zie ik inderdaad grote zalen vol vreemde mensen voor me. Ik heb dan al gauw de neiging om lekker met mijn collega’s op een kluitje te gaan zitten. Kunnen we de gesprekken die we in de pauzes hebben voortzetten. Maar dat zet natuurlijk geen zoden aan de dijk. Op netwerkevents kom je onder andere om nieuwe mensen te leren kennen. Ik vind dat dan alleen zo massaal. Ik raak het overzicht kwijt en ben dan reuzeblij om iemand te zien die ik ken.’
‘Heel begrijpelijk. De tip die ik je kan geven is om bij aankomst direct naar de bar te gaan. Je bestelt wat te drinken, en vraagt aan degene die achter je staat of die ook iets wilt. Je hebt dan gelijk een aanknopingspunt om een gesprek te beginnen. Een andere tip is om te letten op andere mensen die alleen staan. Die zijn erg blij als er iemand bij ze komt staan en een praatje met ze begint.’
Dat waren praktische tips waar Debby wel het één en ander mee kon. ‘Ik heb in je boek gelezen dat je ook goed moet kijken naar de groepsgrootte. Is er een minimum of maximaal aantal personen waar je het beste bij kunt staan?’
‘Nee. Niet echt. Maar het is mijn ervaring dat je beter niet bij twee mensen kunt gaan staan die een gesprek voeren. Je hebt de introductie gemist en meestal heeft het gesprek een bepaalde intensiteit waar het lastig is tussen te komen. Een grote groep is ook niet handig. Mensen moeten dan letterlijk ruimte voor jou maken, een stapje opzij doen, om jou op te nemen in de groep. Dat is vaak wat veel gevraagd. Het beste is een groepje van drie uit te kiezen. Er is vaak één persoon veel aan het woord, vaak uit enthousiasme, en deze richt zijn aandacht voor het grootste deel op één van de twee anderen. Het derde wiel aan de wagen vind het dan niet erg als jij erbij komt. Het brengt balans in de groep.’
‘Dus als ik op een evenement kom, moet ik niet meer diep ademhalen en zo snel mogelijk aan de andere kant van de zaal willen zijn? Het is dan beter om even de rust en de tijd te nemen om de zaal te scannen.’
‘Precies, maar even terug naar het begin van ons gesprek. Jij weet mijn expertise. Wie ben jij en wat is je vraag aan mij?’

Oké, nu kwam het moment dat Debby toch een beetje vreesde. Ze moest gaan pitchen. Oké, wat waren volgens Judith ook al weer de vijf onderdelen van een powernetwerkpitch? 1. Geef een dreun. 2. Beschrijf het probleem. 3. Wat is mijn oplossing? 4. Wat is het resultaat? 5. Eindigen met een open vraag. Even diep ademhalen en gaan met die banaan.
‘Ik ben Debby Boers en ik ben raamambtenaar.’ Oké dat was de dreun. Niet letterlijk natuurlijk. Dit was een krachtige opening. De naam raamambtenaar deed menig mens zijn wenkbrauwen fronsen. Nu verder. ‘Ik ben uit het raam gestapt en verdwenen. Ken je het boek ‘de 100-jarige man die uit het raam stapte en verdween’? Nee? Nou dat gaat dus over een 100-jarige man die uit het raam stapte en verdween en een geweldige roadtrip maakt. Ik dacht, dat ga ik ook doen. Ik maak een roadtrip langs inspirerende mensen in Nederland. Mensen die mij kunnen leren een betere ambtenaar te worden.’ Oké dat waren te veel woorden en volgens mij heb ik ook niet de vijf stappen gevolgd. Blijven oefenen.
‘Hoe ben je bij mij uitgekomen?’
‘Ik had een lijstje gemaakt van dingen die ik graag wilde leren. Eén van die dingen is netwerken. En een gezamenlijke connectie had een post van jou op LinkedIn geliket. Die post ging over jouw nieuwe boek De FUNfactor. Ik dacht toen “haar moet ik spreken”. En toen heb ik gewoon, heel kordaat, een connectieverzoek verstuurd. En nu zitten we hier.’
Judith glimlachte. ‘En wat wil je van mij weten?’

Ai! Dat was een moeilijke vraag. Debby wilde eigenlijk gewoon van haar angst af om op vreemde mensen af te stappen. Maar om dat nu zomaar aan een vreemde op te biechten, was misschien ook een beetje vreemd. Judith had geschreven dat een leraar ooit tegen haar had gezegd dat hij haar niet zou herinneren als ze de middelbare school had afgerond; hij zou haar zo weer vergeten. Ze was een onopvallend meisje geweest. En nu zat ze stralend aan de andere kant van de camera. Ze had een eigen Netwerkshow. Ze stond voor zalen vol mensen. En dat alles zonder angst. Ze had zichzelf getransformeerd naar een zelfverzekerde, stralende, open vrouw. Dat wilde Debby ook. Ze wilde geen kopie van Judith worden. Ze wist alleen zeker dat ook zij een stralende, zelfverzekerde en open vrouw in zich had. En die vrouw wilde eruit komen. Ze was nieuwsgierig welke stappen Judith had gezet om op dit punt te komen. Ach, wat maakte het ook uit. Ze gooide het er gewoon uit.

‘Jij schrijft in je boek dat je ooit van een leraar hebt gehoord dat je iemand bent die hij zo weer zou vergeten. Is dat de trigger geweest om te veranderen?’
‘Achteraf was dat het startpunt. Ook merkte ik, dat als ik netwerkevents moest bezoeken, ik mijzelf soms wel drie keer aan dezelfde personen moest voorstellen. Dat wilde ik niet meer. Ik ben toen gaan experimenteren en oefenen. Ik heb mijn mindset veranderd. Ik heb de negatieve opmerking van die leraar omgezet in iets positiefs. Ik ben kansen gaan zien.’
‘Kansen zien?’
‘Ja, kansen liggen voor het oprapen, je moet ze alleen wel zien en actie ondernemen. Ik zal je een voorbeeld geven van vorige week toen ik op een netwerkevent aanwezig was, als bezoeker. Er stond een cameraploeg om de hotemetoten te interviewen. Ik ben op de redactie afgestapt en heb mezelf voorgesteld met “Ik ben Judith Smits. Ik ben netwerkexpert en spreker. Hoe leuk zou het zijn als ik als netwerkexpert tijdens een interview het publiek wat tips geef hoe je op een event als deze gemakkelijk contact legt met mensen die je nog niet kent?” Dat vond de redactrice een mooi idee. Ik had geredeneerd vanuit hun belang en zo een win-winsituatie gecreëerd. Ik kreeg gratis publiciteit.’
‘Jouw pitch is kort, maar krachtig. Ik gebruik veel woorden.’
‘Je pitch hoeft ook niet in één keer goed te zijn. Het is goed om er open over te zijn dat je pitch een work in progress is. Die kwetsbaarheid waarderen mensen en je krijgt er gratis advies mee. De truc is wel om niet zelf te beginnen met je pitch. Zorg dat jij in de lead bent en dat jij als eerste aan de ander vraagt wat hij of zij doet. Je kunt dan je pitch aanpassen op de ander. En … ga ook niet zonder doel naar een netwerkevent. Kijk wie er allemaal komen. Wie wil je spreken en wat wil je met hen bespreken? Denk vanuit die ander, waar kun je hen mee helpen?’
‘Dankjewel voor je tips. De mooiste tip vind ik toch wel dat ik netwerken nu anders zie. Het gaat om het connecten. En daar kan ik veel meer mee. Dan gaat het om echt contact maken, met echte mensen. Dat is niet eng, dat is een verrijking. Want ook voor raamambtenaren geldt, dat ze FUN nodig hebben.’

‘Zorg dat je contact maakt als persoon die toevallig bij de gemeente werkt, in plaats van als ambtenaar. Mensen voelen dat. En dan ontstaan de mooiste gesprekken en samenwerkingen.’

Die avond plunderde Debby de Wehkamp. De broodnodige kleur werd in haar garderobe aangebracht. Twee jumpsuits met bloemenprint werden aangeschaft. Lang leve de uitverkoop!
Haar pitch zou ze op iedere stop van haar roadtrip kunnen verbeteren. Ze nam zich voor om aan het einde van haar roadtrip Judith nogmaals te bellen of te ontmoeten. Ze zou dan een geweldige pitch in een kleurrijke outfit neerzetten. Let maar op!