Na het overleg met Jan van Ginkel had Debby even een time-out genomen. Ze had haar raam dicht gedaan en was met vakantie gegaan. Ze had man en kinderen in de auto geladen en was op safari gegaan. Naar de Beekse Bergen dan hè. Het was een bijzondere ervaring geweest. De jongste was vooral onder de indruk van het feit dat ze voor het eerst in een bus zat. De oudste was niet van de trampoline af te slaan. En o ja, er waren ook nog wat beesten, maar die hadden weinig indruk gemaakt. Kortom … het had allemaal een stuk goedkoper geweest als ze met het gezin de bus hadden genomen naar het dichtstbijzijnde trampolinepark een paar kilometer verderop. Was ze misschien ook nog een beetje tot rust gekomen. Nu had ze moeten slapen op een twijfelaar met een dekbed erop van het formaat postzegel. Jaaaahhhh … het was een bijzondere ervaring geweest.

Terug op haar werk kon Debby dan eindelijk gaan uitrusten van haar vakantie en nadenken over hoe het verder moest met Ik Ben Raamambtenaar. Duidelijk was dat het plezier terug moest komen. Hoog tijd dus om Rob Koops te ontmoeten, auteur van het boek WRKPLZR, en daarmee de expert die Debby kon helpen het plezier terug te krijgen in haar werk.

Rob vertelde dat je twee soorten werkonplezier hebt. De eerste categorie was wanneer je even niet zo’n zin had. En de tweede categorie was wanneer je stelselmatig geen zin had. In dat laatste geval was het zaak om zo snel mogelijk weg te komen.

Debby ging even bij zichzelf te rade. Was haar onplezier incidenteel of stelselmatig? Ze vond Ik Ben Raamambtenaar erg leuk om te doen. Het was alleen een beetje te veel geworden. Dus incidenteel?

Rob praatte in de tussentijd door. ‘Daarnaast is werkplezier ook vooral een team effort. Het kan niet zijn dat ik veel plezier heb, en jij totaal niet. Dan gaat er iets scheef. Het is dus een gedeelde verantwoordelijkheid.’

Een gedeelde verantwoordelijkheid. Daar moest Debby even op doorkauwen. Van Ik Ben Raamambtenaar naar Samen Raamambtenaar? Zo iets? Was ze daar al klaar voor? Dan moest die beweging van de grond gaan komen.

Rob vervolgde, ‘Dat het een team effort is, wil niet zeggen dat ik per se verantwoordelijk ben voor jouw werkplezier, maar ik kan je hopelijk wel helpen om meer plezier te krijgen. Je kunt rekening met elkaar houden.’

‘Dat is zo.’, reageerde Debby.

‘En wat dan al helpt is om werkplezier op de agenda te zetten. Bespreek het met elkaar. Wat is werkplezier voor jou? We zijn allemaal verschillend. De één is een avondmens. De ander een ochtendmens. Ga dus als ochtendmens niet om 9.00 uur ’s ochtends die beleidsnota zitten bespreken met het avondmens. Wacht dan even. Laat je collega eerst even landen. Kopje koffie drinken. Praat even over koetjes en kalfjes. Ga er niet meteen met een gestrekt been in. Het zijn kleine dingetjes waar je rekening met elkaar kunt houden. Het is belangrijk om het met elkaar te bespreken. Het is niet zo ingewikkeld.’

‘En toch staat het niet vaak op de agenda.’, reageerde Debby.

‘Ja, er wordt al gauw gedacht dat hoort bij de borrel. Dat is geen serieus gespreksonderwerp. Maar dat is het wel. Werkplezier draagt bij aan een goed lopende organisatie. Als mensen plezier hebben in hun werk, zijn ze effectiever en efficiënter. En het is echt simpel, hè. Lekker praktisch. Gewoon doen. Begin klein. Met een paar punten. En twee of drie weken later, kijk je of het werkt. En dan pas je weer wat aan.’

‘In je boek staan 101 tips om meer werkplezier uit je werk te halen. Kun je er een paar met mij delen?’, vroeg Debby aan Rob.

‘Ja natuurlijk. Groet bijvoorbeeld iedereen die je tegenkomt. Of … even lekker mekkeren en dan weer door. Blijf niet in de zeikmodus hangen, maar spreek af om even tegen elkaar aan te zeiken en dan gewoon klaar. Dat verhoogt echt je werkplezier.’

‘Ja, als collega’s kun je daar echt in blijven hangen. Zonde. Want er gaat ook heel veel goed. Het merendeel zelfs.’, reageerde Debby.

‘Klopt. Zoek dus mensen op die ook hun werk met plezier willen doen. Die een potje luchtgitaar willen spelen. Die niet oordelen over anderen. Die zichzelf alleen vergelijken met zichzelf. Wees tevreden. En de mooiste voor jou …’

Debby keek Rob afwachtend aan.

‘Kijk naar buiten er zijn weer nieuwe dingen te zien.’, vervolgde Rob.

‘Niet alleen kijken. Open je raam en klim naar buiten. Dan kun je van dichtbij bekijken en ervaren hoe het buiten is.’

Rob grinnikte. ‘Jij trakteert jezelf op leuke gesprekken om jouw werkplezier te verhogen. Dat doe ik zelf ook. Het haalt jezelf uit je gebruikelijke netwerk. Je krijgt nieuwe inzichten.’

Er ging een klein lichtje in Debby flakkeren. Al deze experts hielpen Debby meer plezier in haar werk te krijgen en te houden. Dat kon ze niet zo maar loslaten. Ze had dit nodig. Deze gesprekken waren cadeautjes aan haar zelf. En hadden een langduriger effect dan een nieuw truitje kopen. Deze gesprekken hadden blijvende invloed op haar eigenwaarde. Een truitje toch wel een minuut of dertig.

Ik Ben Raamambtenaar verhoogde Debby’s werkplezier.