De volgende dag was een dinsdag. Debby had die dag drie afspraken in Den Haag. Eén afspraak met Karin Sleeking, directeur van het A&O fonds Gemeenten. Daarna door naar Jantine Kriens, directeur van de VNG en tot slot met Fleur Pullen, oprichter en eigenaar van Ynnovate. Debby had er zin in. Eerst ontbeet ze met man en kinderen, bracht ze de oudste naar school en stapte ze in de auto naar Den Haag. Debby was al vaker in Den Haag geweest, maar ze vond het toch best spannend. De Belgische dame in de TomTom was toch wel haar beste vriendin op deze reis naar onze regentenstad. De Belgische dame was kalm als altijd en leidde haar uit Zeeland, langs Rotterdam om vervolgens volledig in paniek te raken op de A4. Ze kon de A4 niet vinden op haar kaarten. Ze zocht en zocht en vond alleen maar weiland, water, weiland, een niet bestaande afslag, nog veel meer weiland om vervolgens toch weer de A4 te vinden en Debby verder te begeleiden naar Den Haag. Debby suste haar Belgische vriendin TomTom dat de paniek niet nodig was. Ze was gewoon een oudere versie, waar deze nieuwe weg nog niet opstond.
In Den Haag ging alles goed. Debby vond met groot gemak de parkeergarage Muzenplein en zag tot haar grote opluchting dat het ruime parkeerplekken waren en dat er veel te kiezen viel. Parkeren kostte in Den Haag € 30 voor een dag. Daar kon je in de Gemeente Schouwen-Duiveland een week voor parkeren in het hoogseizoen. Gelukkig zou ze een uitrijkaart kunnen krijgen van het A&O fonds Gemeenten. Dan deed haar Zeeuwse, zuinige portemonnee niet zo’n pijn.

Lopende uit de parkeergarage komen, was ook nog niet zo’n probleem. Dat was gewoon een kwestie van de bordjes volgen. Maar daarna was het toch wel even oriënteren. Waar was ze. Ja, in Den Haag. Zover was ze dan zelf ook wel. Maar waar ten opzichte van het A&O fonds. Van Huibert van Wijngaarden had ze geleerd dat verdwaalde mensen de beste overlevingskansen hebben, als ze eerst de tijd nemen om waar te nemen. Oké. Waar reden er auto’s? Daar. Dan moest ze daarnaartoe. Daar was namelijk, als het goed was, de Fluwelen Burgwal. En warempel. Ze was er. Nu nog het juiste nummer zoeken. Dat was gewoon weer een kwestie van tellen en letten op naambordjes. Het A&O fonds zit in een bedrijfsverzamelgebouw op de hoogste verdieping met prachtig uitzicht over Den Haag. Een klein team dat dagelijks veel werk verzet om gemeenten en de mensen die werken in gemeenten te helpen het verschil te maken in de samenleving.

Een vriendelijk ogende vrouw met warrige blonde krullen kwam op Debby afgestapt. ‘Wat leuk dat je er bent. Zullen we in de kantine gaan zitten? Dan kunnen we rustig kennismaken en praten.’
‘Dat is prima. Ik volg je.’
Ze kwamen aan in de kantine. Aan een grote tafel zaten er mensen te werken. Aan een ronde tafel iets verder op zaten mensen in het Engels met elkaar te overleggen. Het bevreemde Debby niet. Op het gemeentehuis van Schouwen-Duiveland werden immers ook diverse talen gesproken; Nederlands, Zeeuws, Rotterdams en Brabants.

Karin en Debby namen ook plaats aan een ronde tafel en ze kregen een bakje thee. Karin vroeg Debby waarom ze voor de naam raamambtenaar had gekozen. Waar kwam deze vandaan? Op de één of andere manier waren de lessen van Judith Smits toch weer een eindje weggezakt en gebruikte ze veel woorden in plaats van een korte pitch. Debby vertelde dat de naam raamambtenaar in wezen heel negatief was, het was een soort spookambtenaar, maar dat zij er een positieve draai aan wilde geven. Je kon namelijk ook veel leren van een raamambtenaar. Hij keek naar buiten en zag veel. Debby wilde naar buiten stappen, daar veel zien en horen en daar dan ook iets mee doen. De raamambtenaar was nooit moe. Hij deed immers niet veel op een dag. En had dus een goede werk-privé balans. Debby wilde leren meer te bereiken in minder tijd.
Tja … nog niet een scherpe pitch, maar dat gaf niet. Ze had nog de hele roadtrip om het onder de knie te krijgen. Dus vroeg Debby aan Karin wat meer over haar zelf te vertellen.

‘Ik ben ook begin jaren ‘90 begonnen als een soort raamambtenaar. Ik ben als jonge vrouw begonnen bij Rijkswaterstaat. Daar had ik een eigen dossier, maar ik kwam het gebouw niet uit. Ik wilde graag met inwoners werken. Toen heb ik gevraagd of ik iets anders mocht gaan doen. Mijn leidinggevende zei toen dat ik maar weer terug naar mijn plek moest gaan en mijn werk moest doen. Dan kwam het goed. Dat was het begin dat ik uit het raam stapte en kort daarna ben gaan werken bij de Provincie Utrecht. Ik dacht daar kom ik wel inwoners tegen. Dat viel tegen. Ik ben wel veel leuke, interessante collega’s tegengekomen, maar geen inwoners. Ik heb er veel geleerd en projecten gedaan. Toen ben ik bij Twijnstra & Gudde gaan werken. Ik dacht dan zie ik in korte tijd veel verschillende organisaties en onderwerpen. Je bent dan afhankelijk van de klussen die binnen komen. Daar ben ik bij het woningbedrijf Rotterdam terecht gekomen. Daar heb ik een project gedaan voor het vergroten van woningen in onder meer de Sparta driehoek. Rotterdam Zuid en de Webertoren in het centrum. Ook een project in Crooswijk met de gemeente Rotterdam. Eindelijk bij en met inwoners zelf. Ik ontmoette eindelijk de mensen waarvoor ik het deed.’

De c.v. van Karin deed Debby denken aan haar eigen carrière tot nu toe. Ook zij was haar carrière binnen gestart en voelde de noodzaak om steeds meer naar buiten te gaan. Pas in haar huidige functie had ze echt te maken met inwoners.

Karin vertelde verder. ‘Na 7 jaar ben ik teruggegaan naar de overheid. Ik ben bij de VNG gaan werken. En bij de VNG kwam ik erachter dat mijn passie ligt bij het ondersteunen van medewerkers die werken in de gemeenten zodat zij hun werk goed kunnen doen. Dat heb ik een kleine tien jaar gedaan binnen zowel het fysieke als sociale beleid. Ik heb prettig samengewerkt met Jantine Kriens.’
‘Dat is mooi. Ik moet om 13.30 uur bij haar zijn. Zij werkt ook mee aan dit project. ’Dat is leuk. Doe haar de hartelijke groeten.’
‘Zal ik doen. En nu ben je directeur bij het A&O fonds Gemeenten.’
‘Ja, dat doe ik nu tweeëneenhalf jaar. Het A&O fonds ondersteunt gemeenten bij het verschil te maken in de samenleving, in het directe contact met inwoners. Welke kennis en vaardigheden heb je nodig? Welke mogelijkheden zijn er om dichter bij je talenten te komen, om te weten wat je wil of niet wilt? We zeggen niet wat je moet doen, maar schetsen wel mogelijkheden om het te doen. Door online tools, de website www.allesuitjezelf.nl, bijeenkomsten, gesprekken. We communiceren steeds intensiever en meer met gemeenten over ons aanbod.’
Debby moest bekennen dat ze voor het gesprek met Bianca den Outer ook nog nooit had gehoord van het A&O fonds. Daarnaast had ze het idee gehad dat het vooral een club voor personeelsadviseurs was. Wat mooi te horen dat het ook haar en haar collega’s in het sociaal domein kon helpen.

Debby had op de website van het A&O fonds gezien dat het A&O fonds een verkiezing voor beste uitvoerder had. Dat vond ze erg interessant. Er waren namelijk ook verkiezingen voor beste bestuurder en jonge ambtenaar van het jaar. Voor die laatste kwam je, naar Debby’s idee, alleen in aanmerking als je bestuurs- of beleidsadviseur was. Ze wist het niet zeker, maar ze had niet idee dat uitvoerders hier aan mee konden doen. Dus een verkiezing voor beste uitvoerder kon ze alleen maar toejuichen. Vooral ook, omdat dat de mensen zijn die de echte contacten hebben met de inwoners. Een stokpaardje van een oud-collega van haar was dat je de beste mensen in de toegang moest hebben. En daar hoorde ook een passend salaris bij. En Debby was het daar volledig mee eens. ‘Wat is de reden dat jullie een verkiezing hebben voor uitvoerder van het jaar?’
‘Eén van de aanbevelingen van de Transitiecommissie Sociaal Domein onder voorzitterschap van Han Noten was om de uitvoering het woord te geven en centraal te stellen. Deze commissie is in september 2014 door het kabinet voor een periode van twee jaar opgericht om een vinger aan de pols te houden in het kader van de decentralisaties in het sociaal domein. En dat heeft het A+O fonds opgepakt samen met andere partijen en organisaties zoals onder meer ministeries, kennisinstituten, de VNG, Sociaal Werk Nederland, MEE. In werkateliers spraken uitvoerders de afgelopen twee jaar over de verschillende onderdelen van werken in het sociaal domein. Daarnaast is door een co-creatiegroep, een divers gezelschap van professionals in het sociaal domein een toolkit opgesteld waarin hordes uit de dagelijkse praktijk zijn gebundeld én voorzien van tips, trucs en concrete voorbeelden hoe daar mee om te gaan. Kortom: een toolkit van, voor en door professionals uit het sociaal domein, waar zij hun voordeel mee kunnen doen. En aankomende donderdag, 14 februari, lanceren we deze toolkit. En dan is ook de verkiezing van de uitvoerder van het jaar. Deze mensen, die de dagelijkse oren en ogen zijn in het contact met de inwoner inspireren mij om dit werk te doen.’

Dat vond Debby mooi om te horen. Haar roadtrip had zich tot nu toe geconcentreerd op het dichterbij de inwoners komen. En in die zoektocht was Debby uit het oog verloren dat om dichterbij de inwoners te komen, zij ook dichterbij haar collega’s van de uitvoering moest komen. Er waren mogelijkheden genoeg gecreëerd. Zo had ze één keer in de maand intervisie waarbij beleid en uitvoering samen persoonlijke casussen doorspraken. Het had er toe geleid dat er onderling meer begrip was. Ook was er twee keer in de week integraal casusoverleg. Daar zaten alle Wmo-consulenten, jeugdconsulenten, klantmanagers samen om anoniem casussen door te spreken. Debby was al een paar maanden niet geweest. En als ze als beleidsmedewerker echt wilde dat de mogelijkheden in het voorveld ook mee werden genomen in de overwegingen, dan moest ze er wel zijn. Vanaf maandag zou ze weer aanschuiven.