Debby kwam aan in Hoogvliet. De Belgische dame in de TomTom deelde haar mee dat ze bij het kantoor van JBLorenz was gearriveerd. Debby ging op zoek naar een parkeerplaats. Dat was nog niet zo makkelijk. In tegenstelling tot het gemeentehuis, was het hier op vrijdag wel druk met medewerkers. Een flink eind verderop kon zij haar auto parkeren.
De TomTom werd uitgezet en in het dashboardkastje gestopt. Dit was immers niet Zeeland, maar een deelgemeente van Rotterdam. Dat is toch heel andere koek.

De middagzon bereikte Debby niet door de hoge gebouwen in Hoogvliet, en zij begon het koud te krijgen in haar dunne blazer en rode laarzen. In de verte zag zij het kantoor van JBLorenz. Debby bedacht dat daar misschien de verwarming aan stond en dat ze misschien ook warme thee hadden. Door die laatste gedachte, besefte ze ineens dat ze ook heel erg nodig naar de w.c. moest. Toiletbezoek was er door haar plotselinge vertrek ook bij ingeschoten. Even doorbijten dan maar. Na een paar honderd meter bereikte zij het kantoor. Het was een oersaai bedrijfsverzamelgebouw en de ingang was niet te vinden. Gelukkig zag ze een betrouwbaar ogende man van middelbare leeftijd lopen. Debby twijfelde even of ze zou vragen of hij misschien wist waar de ingang was. En toch deed ze het. Ze mocht met hem meelopen. Hij vroeg waar ze naartoe moest. ‘Ik heb een afspraak bij JBLorenz’, zei ze. De man had er geen idee van dat dat bedrijf bij hem in hetzelfde gebouw zat. Hij gaf aan dat hij nog maar één jaar in het gebouw zat en altijd hetzelfde rondje liep. Debby dacht in zichzelf dat dat wellicht een gemiste kans was. Wat is immers de toegevoegde waarde om in een gebouw te zitten met allemaal andere bedrijven als je niet elkaar niet opzoekt. Het lag op het puntje van haar tong om te zeggen dat de man misschien toch ook eens een ander rondje zou moeten lopen. Dat zou goed kunnen zijn voor zijn netwerk en zijn ‘raam van mogelijkheden’ wellicht kunnen vergroten. Maar Debby bedacht zich en bedankte hem vriendelijk dat hij haar binnen had gelaten en naar het juiste kantoor had gebracht.

Ze liep binnen in het kantoor van JBLorenz. Het kantoor was weliswaar klein en rommelig, maar toch heel gezellig ingericht. Eén muur was behangen met een bos. De toppen van de bomen waren onderaan geplakt en de boomstammen daarboven. Het klopte niet en toch wel. Het was anders dan anders. Net als JBLorenz net iets anders is dan een gemiddeld adviesbureau.
In het midden van de ruimte stond een grote tafel met 10 comfortabele stoelen eromheen. Aan de tafel zaten drie van Bianca’s collega’s lekker te eten van salades en pizza’s van La Cocotte, een restaurant even verder op. ‘Als we hadden geweten dat je kwam, hadden we ook iets voor jou kunnen bestellen.’ Debby had best honger, maar hoorde zichzelf toch zeggen: ‘Geeft niets hoor. Ik heb al gegeten.’ Ach ja, ze zou dadelijk zelf wel wat halen.

Bianca was er nog niet. Dat was Debby inmiddels wel gewend van haar. Waarschijnlijk zou ze straks binnenstormen met excuses dat de afspraak daarvoor was uitgelopen. Debby hield erg van stiptheid. Zelf was ze altijd op tijd of te vroeg op afspraken. Van Bianca kon ze het te laat komen goed hebben. Sterker nog. Ze hield er rekening mee, en het gaf haar de tijd om gezellig te praten met de drie collega’s van Bianca. Helaas was Debby echt ontzettend slecht in het onthouden van namen. Zodra persoon één zich had voorgesteld, was ze zijn naam ogenblikkelijk vergeten. Laten we maar zeggen dat Debby ook zo haar tekortkomingen had.

Na een paar minuten gezellig gepraat te hebben met de drie collega’s, kwam Bianca binnenstormen. En ze had een goede reden om vijf minuten te laat te zijn. Ze had een salade en een broodje gehaald bij La Cocotte. Dat broodje was voor Debby en erg welkom. Debby was inmiddels zo ongeveer uitgehongerd.

Na een paar happen van haar salade te hebben gegeten vroeg Bianca hoe het met Debby ging. ‘Het ging goed.’, zei ze. Ze had een stressvolle periode achter de rug, waarna ze was uitgevallen met een hartslag van 238 slagen per minuut. Een behoorlijke prestatie voor een a-. sportief persoon als Debby. Marathonlopers halen die hartslag niet. Het had er toe geleidt dat ze was gaan nadenken over hoe ze haar werkende leven wilde inrichten. Thuis was alles op orde. Met man en kinderen ging het goed. Op het werk was het een ander verhaal geweest. Ze had een groot takenpakket gehad met een aantal lastige dossiers erin. De periode dat ze was uitgevallen had er voor gezorgd dat een groot aantal taken versneld was overgegaan naar andere en nieuwe collega’s. Dat maakte dat toen ze na twee maanden haar uren weer ging opbouwen, dat kon doen in haar nieuwe functie. Dat was erg fijn geweest.

In haar afwezigheid van haar werk had Debby ook de tijd gehad om na te denken wat ze dan anders wilde gaan doen. Ze wilde luier worden, maar dan in de positieve zin van het woord. En welke ambtenaar staat er synoniem voor luiheid? Juist ja, de raamambtenaar. Die deed de hele dag niets anders dan uit het raam naar buiten staren. Bianca moest lachen. ‘En wat is er dan positief aan luiheid?’, vroeg ze. Debby vertelde verder. Ze zei dat ze dat voor haar zelf had onderverdeeld naar drie categorieën. De mindful ambtenaar. Debby beeldde een ambtenaar in lotushouding uit. ‘Deze ambtenaar is zen.’, zei ze. ‘Deze ambtenaar heeft zijn werk-privé balans op orde. Kent zijn talenten en passies en gebruikt deze ook voor zijn of haar werk.’ Bianca knikte instemmend.
‘De tweede categorie is een ambtenaar die niet harder, maar slimmer werkt. Deze persoon werkt efficiënt en effectief. Een echte 9-5 ambtenaar, maar dan niet. Snap je?’ Bianca dacht even na, grinnikte en zei, ‘Een ambtenaar die zijn tijd goed managet, bedoel je?’
‘Ja, dat bedoel ik inderdaad. En de laatste is de scharrelambtenaar.’
‘Een ambtenaar op een graandieet?’, grinnikte Bianca. Debby lachte ook. ‘Nee joh! Een ambtenaar die initiatieven van bewoners of maatschappelijke organisaties opspoort en ze door het gemeentelijk proces begeleid.’

‘Oké, klinkt goed. Volgens mij heb je echt een boodschap te vertellen. Ik las op je blog dat je een beweging wilt creëren.’ Debby knikte instemmend. ‘Krijg je veel reacties?’, vroeg Bianca. Debby reageerde hoofdschuddend. ‘Op LinkedIn heb ik ongeveer 2.000 lezers per artikel. Soms wat meer. Vaak wat minder. De reacties op mijn werk zijn er eigenlijk niet. Het is erg stil.’ Bianca keek verbaasd. ‘Maar het zijn echt goede artikelen? En je hebt zo’n goede boodschap!’ ‘Ja, ik weet het. Maar ik vind het eigenlijk niet zo erg. Het geeft me veel vrijheid om Ik Ben Raamambtenaar in alle rust te ontwikkelen.’
Bianca dacht na en na een stilte die voor Debby als een eeuwigheid voelde, zei ze ’90 procent van de mensen gaat pas reageren of bewegen als ze voelen dat er legitimiteit voor is. Je moet er voor zorgen dat jouw boodschap als legitiem wordt ervaren en dat kun je doen door niet alleen de Bianca’s van deze wereld te bezoeken op je roadtrip. Je moet brutaal zijn! Je moet groot denken! Ga praten met Kajsa Ollongren. Zij is vice premier en minister van Binnenlandse Zaken. Zij heeft baat bij ambtenaren die hun raam open doen en naar buiten gaan.’ Debby keek nog niet helemaal overtuigd. Bianca ging verder. ‘Je moet gaan praten met Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de VNG. En met de directeur van het A + O fonds. Kim Putters van het SCP. Hij heeft ook een boodschap te vertellen over ambtenaren. Denk groot, Debby, wees brutaal. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat mensen zichzelf klein houden.’

Nu was het Debby’s tijd om even stil te zijn en na te denken. Ze keek eerst aarzelend naar haar rode laarzen om vervolgens breed lachend weer op te kijken. Enthousiast vertelde ze dat zij en oud-collega Maaike Borgdorff een aantal artikelen hadden geschreven over verschillende boeken. In de artikelen stond een korte samenvatting van het desbetreffende boek en wat je als raamambtenaar kon leren van dat boek. Deze artikelen had ze gedeeld op LinkedIn. Ze was zo slim geweest om de schrijvers van de boeken te taggen in de artikelen. Zo hadden Julia Wouters, Richard Engelfriet en Felix Plotz al enthousiast gereageerd op haar artikelen. Met alle drie de personen was ze nu gelinkt.  Misschien wilden deze schrijvers ook wel aan haar project meewerken? Een groots gevoel maakte meester van haar. Ze moest inderdaad brutaal zijn. Tegen Bianca zei ze, ‘Ik dacht dat het handig zou zijn om onderaan de ladder te beginnen en zo mijn weg naar  …’ Debby stopte plotseling met praten, werd rood tot achter haar oren en ging keihard lachen van schaamte. ‘Sorry’, hikte ze ‘ik besef me ineens wat ik zeg. Jij staat helemaal niet onder de ladder. Zo zie ik je echt ook niet, hoor!’ Bianca lachte hard mee. ‘Zo voel ik het ook niet hoor meid … Ik ben wel blij dat de boodschap is aangekomen. Je moet ervoor gaan zorgen dat je verhaal niet jouw kleine persoonlijke projectje blijft. Je hebt echt iets te melden en kunt een beweging op gang brengen. Die ambtenaren moeten echt hun raam open gaan doen en naar buiten gaan. Ik maak mij zorgen over het huidige ambtenarenbestand. We hebben vernieuwers nodig. Mensen die willen bewegen. Mensen die niet bang zijn om concreet te worden. Mensen die niet in plannen van aanpak blijven hangen, maar ook echt doen. Ik maak me echt zorgen, Debby!’ Bianca’s ogen gingen stralen. Met haar hand raakte ze Debby haar schouder aan. ‘Weet je met wie je moet gaan praten?’ Debby keek haar verwachtingsvol aan. ‘Nou? Met wie dan?’ ‘Met Tjeenk Willink.’ reageerde Bianca. ‘Ja, natuurlijk.’ riep Debby. ‘Ja,’ zei Bianca, ‘hij heeft net een boek uitgebracht. Het heet Groter denken, kleiner doen. Hij heeft met zijn jarenlange ervaring een goed beeld van wat een echt goede raamambtenaar is. Wat daarvoor nodig is.’

Ineens werd Debby stil. Hoe kon ze in contact komen met Tjeenk Willink? Zou hij op LinkedIn zitten? Misschien via de uitgeverij van zijn boek? Debby bedacht dat ze groot moest denken, brutaal moest denken. Ze zou gewoon naar Den Haag gaan. Bianca had haar beloofd in contact te brengen met het hoofd communicatie van de Eerste Kamer. Via, via zou ze vast en zeker bij Tjeenk Willink uit komen. Hetzelfde gold overigens voor alle anderen op het lijstje dat Bianca haar had gegeven. Hoe mooi zou het zijn als ze Kasja, Kim en Jantine te spreken zou krijgen. Ze zou gewoon de stoute schoenen aantrekken … of in haar geval haar rode laarzen die haar ook uit het raam hadden geholpen, zodat ze haar roadtrip kon gaan maken. Ze ging een trailer maken voor haar roadtrip die zou leiden tot een boek. En die trailer zou ze opsturen naar de woordvoerders van deze mensen. Nee had ze, ja kon ze krijgen. Ten minste dat was hetgeen haar moeder altijd tegen haar had gezegd. Eigenlijk nu pas snapte ze wat haar moeder daarmee had bedoeld. Eigenlijk hetzelfde wat Bianca tegen haar had gezegd. ‘Het beeld dat je van jezelf hebt, houd je klein. Een ander doet dat niet. Alleen jijzelf.’ En daar had ze gelijk in.

Een raamambtenaar bepaalt zelf hoe groot het raam is waardoor ze naar buiten stapt!

* Ben je mijn (oud-) collega of iemand uit mijn netwerk, en denk je jezelf te herkennen in bovenstaande tekst? Dat zou dan best kunnen kloppen. Het boek ‘De ambtenaar die uit haar raam stapte en verdween’, is grotendeels autobiografisch en deels fictief. Dus het zou best kunnen dat je denkt delen van jezelf te herkennen. Ik zal nooit je naam in een blog gebruiken of je zo herkenbaar omschrijven dat het jou schade zou kunnen toebrengen. Ik gebruik alleen je naam als ik uitdrukkelijk om jouw toestemming heb gevraagd.