Als raamambtenaar zat je veel binnen. Ook als je veel buiten het gemeentehuis was, was je alsnog veel binnen. Vergaderingen, gesprekken vonden eigenlijk altijd binnen plaats. Pauzes ook. Terwijl het zo goed voor je was om lekker buiten te zijn. Daar wilde Esther van Apeldoorn, wandelcoach, wel eens met Debby over praten.

Ze ontmoetten elkaar voor de provinciehuis van Zuid-Holland, waar Debby later die dag ook nog Jan van Ginkel zou ontmoeten. Een mooie dame met lang krullend haar stapte uit een auto en kwam met uitgestoken hand naar Debby toe. ‘Hoi, ik ben Esther. Ben je er klaar voor?’

Debby was er klaar voor. Ze had nette, platte schoenen aangetrokken. Niet haar eerste keuze voor een fikse wandeling door het bos, maar het was een compromis geweest. Ze zou ook nog naar Jan van Ginkel gegaan. Dat was een pump-gesprek en met Esther was meer een wandelschoen-gesprek. Ze was er precies tussenin gaan zitten. Het was maar goed dat het mooi weer was, anders was het compromis niet echt verstandig geweest.

Over het Malieveld liepen ze gezamenlijk naar het Haagse Bos. Debby was eigenlijk niet zo’n prater tijdens het wandelen. En al helemaal niet in een nieuwe omgeving. Dan wilde ze eigenlijk gewoon om zich heen kijken. Alle details in zich opnemen. Kijken naar mensen, naar bomen, naar de eerste vlinders van het vroege voorjaar. Gewoon even genieten van de natuur.

Het bleek dat Esther daar eigenlijk op dezelfde manier in zat. Ze vertelde waarom zij was begonnen met wandelcoaching. Haar doel was ontspannen door het leven te gaan, terwijl je de dingen doet waar je energie van krijgt. ‘Dat is toch de manier waarop we allemaal zouden willen leven?!’, zei ze. ‘Maar het leven is zelden in balans. En dus gaat het er om dat je in tijden van tegenslag, stress of in een nieuwe levensfase, vitaal en ontspannen genoeg bent om de veerkracht te hebben lastige periodes te doorstaan. En daar heeft de natuur een positieve invloed op.

Momenteel had Debby vooral last van ballast en was balans ver te zoeken. Scheelde maar twee letters, maar was toch een wereld van verschil. Debby was nu al een poosje onderweg op haar roadtrip. En ze merkte dat ze er minder plezier in had. Het werd zwaar. Het werd een ‘moeten’. En zo had ze niet bedacht dat haar roadtrip zou zijn. Ze zou lol hebben. Ze zou één à twee interviews per maand hebben. En niet vijf in één week. Ze was in haar eigen succes val gelopen.

Esther vervolgde haar verhaal. ‘Frisse buitenlucht en natuur zijn belangrijk. Jij als raamambtenaar weet dat natuurlijk ook.’

Debby moest bekennen dat hoewel ze vaak uit het raam stapte, toch eigenlijk altijd binnen zat. Ook tijdens haar interviews. ‘Ik heb er wel behoefte aan … aan echt meer buiten zijn. Ik merk dat ik gelukkiger ben als ik iedere dag even buiten ben en beweeg.’
‘En, doe je dat dan ook?’
‘Nee. Ook de pauzes breng ik vaak binnen door. Aan een tafel. In de kantine. Met collega’s. Pratend over werk.’, verzuchtte Debby. ‘Dat is eigenlijk dus geen pauze. Ik kom dan niet even los van mijn werk. Heb jij een idee hoe ik buitenlucht en natuur meer kan inpassen gedurende mijn werkdag?’

Nou, die ideeën had Esther wel. ‘Naast dat het gewoon heel belangrijk is om echt pauze te nemen. Dus niet zoals jij dat nu doet. Maar echt even naar buiten. Stil zijn. Kijken naar de bladeren en structuur van bomen. Dan kom je echt even los. Je hersenen hebben die pauze nodig. Je kunt niet 24/7 aan staan. We hebben hersteltijd nodig.

Die boodschap had Debby al eerder van Marieke van Dijk gekregen. Zij noemde het lummelen. Esther voegde daar de natuur aan toe.
‘Maar niet alleen in de pauze kun je naar buiten. Je kunt ook naar buiten en gesprekken voeren. Kom in beweging. Natuurlijk is niet elk gesprek daarvoor geschikt, maar er zijn er genoeg die dat wel zijn.’

Daar had Esther gelijk in. Even een gesprek met een collega kon ook best buiten. ‘Maar hoe haal je dan het meeste uit je wandeling, uit de natuur?’, vroeg Debby.

‘Door back to basic te gaan. In deze drukke tijd van multitasken, verstedelijking, technologie, individualisering, is de natuur eigenlijk de enige constante factor. Je kunt heel pragmatisch slimmer gaan werken. Door bijvoorbeeld heel simpel gebruik te maken van je ademhaling. Je adem heb je altijd bij je. Wees je bewust van je ademhaling. Haal eens een paar minuten lang heel bewust adem. Doe maar eens.’

Oké dacht Debby. Het is het proberen waard.

‘Ga daar staan bij die boom. Kijk omhoog. En doe verder niets. Alleen ademen en kijken naar de bladeren en takken van die boom. Ga maar staan. Schaam je niet. Gewoon doen.’

Maar Debby voelde uiteraard wel iets van schaamte. Ze voelde zich een beetje bekeken. Niet helemaal op haar gemak. Maar naarmate de tijd vorderde, kon ze dat steeds beter loslaten en zich concentreren op de boom en haar ademhaling. En het hielp. Haar ademhaling werd rustiger. Haar hoofd werd helderder. Debby deelde deze gewaarwording met Esther.

‘Goed zo.’, zei Esther. ‘Dit is belangrijk. Het is simpel, maar belangrijk. Wat ook belangrijk is om minder te multitasken. Doe één ding tegelijk.’

‘Ook als je een vrouw bent?’, vroeg Debby bij wijze van grapje.

‘Ook dan.’, antwoordde Esther serieus. ‘Ook vrouwen zijn eigenlijk niet gemaakt om te multitasken. En blijf altijd je innerlijk kompas volgen. Ga terug naar je doelstellingen. Sluit zo min mogelijk compromissen en maak betere keuzes door deze te spiegelen aan je waarden. Maar hoe staat het met jouw innerlijk kompas? Je bent deze roadtrip begonnen, en ik merk aan je dat het niet helemaal meer gaat zoals jij het ooit had gewild. Klopt dat?’

Debby wist van zichzelf dat ze geen pokerface had, maar dit …? ‘Ja.’, zuchtte Debby.

‘Ga terug naar je Why? Waarom ben je hier mee begonnen? En waarom is het nu te veel? Hoe kan je toch je doel bereiken?’, vroeg Esther.

‘Ik wilde meer naar buiten. Ik wilde mijn eigen werkplezier vergroten. Werken aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik wilde meer in contact komen met de inwoners en samenwerkingspartners.’, antwoordde Debby.

‘Wat heb je nodig om dat te bereiken?’, vroeg Esther.

‘O, dat vind ik een moeilijke. Ik heb nu vooral een urgentie gevoel. Ik moet dit afmaken.’, zei Debby met neergeslagen ogen.

‘Moet afmaken? Van wie? Wat heb je nodig om het weer leuk te vinden?’

Debby keek omhoog naar de bladeren van een boom, en zei ‘Ik wil minder gesprekken in korte tijd. Ik wil één gesprek per maand. Genoeg tijd om dat gesprek uit te werken. Ik wil zelf bepalen met wie ik praat en wanneer ik dat doe.’

‘Dan heb je je antwoord. Doe je raam open en ga dat doen.’