Naast dat ik raamambtenaar ben, ben ik ook een doelmedewerker. Ik probeer voor de inwoners en voor de organisatie een doel te bereiken. Ik voer niet slechts door mijn baas opgelegde taken uit. Mijn baas weet immers ook niet wat de dag brengen zal. Een goede doelmedewerker denkt zelf na, neemt verantwoordelijkheid en initiatief, is empatisch naar inwoners en collega’s, en ziet kansen.

Wat hebben doelmedewerkers nodig om hun werk te kunnen doen?

1. Faciliteer en behoed je medewerkers voor gedoe

Mensen hebben drie dingen nodig om hun werk goed te kunnen doen; een warm nest, werkzame kaders en een gedeelde ambitie. Aan jou de schone taak om daarvoor te zorgen. Hoe je dat doet?

  • Bied kennis, opleiding en inspiratie
  • Geef ze de juiste spulletjes
  • Bied ondersteuning (ICT, HR, werkende systemen)
  • Bepaal waar iemand verantwoordelijk voor is
  • Maak duidelijk waar de grenzen liggen (technisch, moreel en juridisch)
  • Bescherm ze tegen bureaucratisch geneuzel

2. Bemoei je niet met de inhoud en proces, maar maak duidelijke output afspraken

Begint je medewerker wel op tijd en maakt hij geen fouten? Niet mee bemoeien. Ook niet waar hij mee bezig is. Maak wel afspraken over welke bijdrage hij levert voor de klant en hoe je die meet. Wanneer en hoe kijk je naar geleverde output en wat doe je als die niet wordt gehaald? Verder, lekker zijn gang laten gaan.

3. Houd je handen thuis, wees lui

Kijk rond. Regel even wat. Zet af en toe even de turbo aan en laat vooral heel veel  gewoon lekker gebeuren. Een goede manager durft lui te zijn en grijpt niet direct in als er iets fout dreigt te gaan, maar kijkt hoe mensen het zelf oplossen en daarvan leren.

4. Vertrouw ze

Mensen leren door te doen. Door de fouten die ze daarbij maken en de inzichten die ze krijgen. Door erop te vertrouwen dat ook jouw werknemers zich op die manier blijven ontwikkelen, krijgen ze zelfvertrouwen en dat hebben ze nodig om te kunnen excelleren.

Direct aan de slag

Wil je als leidinggevende van doelmedewerkers direct over gaan tot actie?

Hierbij vijftien punten waar je direct mee kunt stoppen en vijftien alternatieven die wel werken.

Wat doe je niet Wat doe je wel
Niet instrueren Wel verantwoordelijk maken
Niet controleren Wel output afspraken maken
Niet meedenken Wel verwarren
Niet antwoorden Wel tegenvragen
Niet evalueren Wel vieren
Niet motiveren Wel faciliteren
Niet complimenteren Wel genieten
Niet kritisch zijn Wel een blije eikel zijn
Niet vechten Wel aikido beoefenen
Niet ergeren Wel negeren
Niet focussen Wel ontspannen
Niet coachen Wel vertrouwen
Geen voorbeeldgedrag vertonen Wel interesse hebben
Niet aanspreken op gedrag Wel helpen
Niet hard werken Wel lui zijn

Wil je meer lezen? Koop dan onderstaand boek!